Anmelden
Diese Seite gibt es noch nicht in Ihrer Sprache. Sie lesen die {lang}-Fassung.
8

Automatisch rijden

Rijden doe je met diensten. Een dienst is een rit: waar een trein vertrekt, waar hij stopt en hoe lang hij wacht. Geef je de dienst aan de agent van een trein, dan rijdt TRAX Control hem voor je, terwijl jij een andere trein bestuurt of toekijkt.

Voordat een trein zelf kan rijden moet TRAX Control de baan kennen, moeten wissels en melders hun adres hebben en moet de trein op de baan staan; zie Je baan in TRAX Control, Aansluiten en Je wilt een trein samenstellen en op de baan zetten.

De indeling voor dit hoofdstuk

Kies in de schermbalk bij “Standard arrangement…” de indeling “Dispatcher”.

1ABC
  1. 1 “Standard arrangement…”: kies “Dispatcher”
  2. A Paneel “Layout”: het schema
  3. B Paneel “Duties”: de diensten
  4. C Paneel “Trains”: de treinen en hun agenten

Onder deze drie panelen staan in dezelfde indeling nog “Throttle list” en “Groups and Rules”.

8.1 Je wilt een dienst maken

Waar de indeling “Dispatcher”; het paneel “Duties”.

Een dienst (“duty”) is een rit: waar de trein stopt, waarlangs hij rijdt en hoe lang hij wacht.

1. Open het paneel “Duties” en kies “A new duty…” (1).

123
  1. 1 “A new duty…”: een dienst maken
  2. 2 “Change this duty”: de dienst openen
  3. 3 “Give it to a train’s agent…”: de dienst aan een trein geven

2. Geef per halte op waarheen de trein gaat (1), eventueel waarlangs (2) en hoe lang hij er wacht (3). Je kunt ook opgeven wat de locomotief daar doet (4) en of de trein op een andere trein wacht (5).

3. Met “Add a stop” (6) voeg je een halte toe. Onderaan kies je wat er na de laatste halte gebeurt (7): één keer (“Once”), rondjes (“Round and round”) of heen en weer (“Shuttle: there and back”). Bewaar met “Keep it”.

1234567
  1. 1 “to”: waar de trein heen gaat
  2. 2 “via”: waarlangs
  3. 3 “wait”: hoe lang hij wacht, in seconden
  4. 4 “locomotive”: blijft aan de trein, loopt om of wordt gewisseld
  5. 5 “wait for … to be here too”: wachten op een andere trein
  6. 6 “Add a stop”: een halte toevoegen
  7. 7 “After the last stop”: één keer, rondjes of heen en weer

Bij “to” kies je een plaats, bijvoorbeeld een station met “any free track”: de trein neemt dan elk vrij spoor, zodat treinen elkaar kunnen passeren. Of je kiest één spoor.

8.2 Je wilt dat een trein zelf een dienst rijdt

Waar de indeling “Dispatcher”; het paneel “Duties” en het paneel “Trains”.

Een agent is een autonoom stuk software in TRAX Control dat de besturing van een trein voor zijn rekening neemt. Elke trein die rijdt en niet door een mens wordt bestuurd, heeft een eigen agent; die handelt de dienst af die de trein toegewezen heeft gekregen en zorgt voor een veilige rit. De trein moet op de baan staan; zie Je wilt een trein samenstellen en op de baan zetten.

1. Geef de dienst aan de trein. Dat kan op twee manieren: in het paneel “Duties” met “Give it to a train’s agent…”, of in het paneel “Trains” met de robot op de kaart van de trein (1).

1234567
  1. 1 De robot: de dienst en de voorrang van de agent
  2. 2 De agent starten of pauzeren
  3. 3 Wie de trein rijdt en welke dienst; “paused” als de agent niet rijdt
  4. 4 Ontkoppelen: omlopen, een andere locomotief, of wagens achterlaten
  5. 5 De hand: de trein overnemen
  6. 6 De trein stoppen
  7. 7 “A new train”: een nieuwe trein

2. Kies de dienst en de voorrang: “Low”, “Normal” of “High”.

3. Kies “Keep the duty and start its agent”.

4. Op de kaart start en pauzeer je de agent met (2). Bij pauzeren remt de trein en krijg je hem terug; starten gaat verder waar hij was, naar de halte waar hij heen ging. Op de kaart (3) staat wie de trein rijdt en welke dienst, met “paused” als de agent niet rijdt.

5. Ook “Stop this train” (6) en de hand, “Take it over” (5), beëindigen het werk van de agent.

Wat een agent doet

  • Hij legt voor elke rit een rijweg vast. De wissels daarin zijn vergrendeld, en geen andere trein krijgt hetzelfde spoor.
  • Hij stopt alleen waar de hele trein past. De lengte van de trein doet er dus toe; zie Je wilt een locomotief, rijtuig of wagen invoeren.
  • Een trein bij een halte legt zijn rijweg een paar seconden voor vertrek vast.
  • Geef elke wissel een adres voordat treinen zelf rijden. Een gewone wissel zonder adres houdt een agent niet tegen: de rijweg meldt dan dat je die wissel met de hand moet zetten. Een driewegwissel of een kruiswissel met twee aandrijvingen waarvan een adres ontbreekt, mijdt hij wel.
  • Een locomotief met een adres dat een andere locomotief ook heeft laat TRAX Control niet zelf rijden.

Wat de voorrang doet

  • Wachten twee treinen op hetzelfde spoor, dan gaat de trein met de hoogste voorrang eerst.
  • Een trein met lagere voorrang vertrekt niet over spoor waar een hogere op wacht.
  • Houdt een trein bij een halte spoor vast waar een wachtende trein met hogere voorrang op wacht, dan neemt die het terug. De lagere wacht dan bij zijn halte en probeert het opnieuw.

Hoeveel tegelijk

Hoeveel agenten tegelijk rijden hangt af van je editie: 3 in Free, 10 in Run, 25 in Pro en 100 in Club; zie De edities. Start je er één meer, dan weigert TRAX Control dat en noemt het de treinen die rijden.

8.3 Je wilt een trein overnemen die zelf rijdt

Waar het paneel “Trains”.

Kies de hand op de kaart van de trein, “Take it over”. Je rijdt hem daarna in het paneel “Throttle”, of op je telefoon door de trein aan te tikken; zie Je wilt op het scherm rijden en Je wilt met je telefoon rijden.

8.4 Je wilt dat de locomotief omloopt bij een halte

Waar de indeling “Dispatcher”; het paneel “Duties”, “Change this duty” (het potlood).

12345
  1. 1 De trein komt aan, de locomotief voorop
  2. 2 De locomotief wordt ontkoppeld
  3. 3 De locomotief rijdt over het spoor ernaast naar het andere eind
  4. 4 Hij koppelt aan, en de trein vertrekt de andere kant op
  5. 5 Een ontkoppelrail, in het blok aan het eind van de locomotief

Omlopen gaat in vier stappen: de trein komt aan met de locomotief voorop (1), de locomotief wordt ontkoppeld (2), rijdt over het spoor ernaast naar het andere eind (3), koppelt aan en de trein vertrekt de andere kant op (4).

1234567
  1. 1 De naam van de dienst
  2. 2 “to”: waarheen; een plaats (elk vrij spoor) of één spoor
  3. 3 “via”: waarlangs
  4. 4 “wait”: hoe lang de trein er wacht
  5. 5 Wat de locomotief er doet: blijft, loopt om of wordt gewisseld
  6. 6 Of omlopen daar kan, en over welke sporen
  7. 7 Wachten tot een andere trein er ook is

1. Open de dienst en kies bij de halte, in de lijst van de locomotief (5), “runs round”. De andere keuzes zijn “stays on” en “is changed, from”.

2. Een regel zegt vooraf of het daar kan (6). In groen: “It can run round”, met de sporen. In oranje: “No track there has a way round: its agent would stop there”.

Wat de agent doet bij aankomst

  • Hij ontkoppelt: boven een ontkoppelrail (5 in de tekening) in het blok aan het eind van de locomotief, als die er is. Is die er niet, dan vraagt hij het met een melding, met een knop waarmee je zegt dat het gedaan is.
  • Hij rijdt de locomotief eruit, uit de buurt van de trein en van elke andere trein, naar het andere eind.
  • Hij koppelt: vanzelf als “Couple by itself…” aan staat, anders met de knop in de melding of de koppelknop op de kaart.
  • Daarna volgt de wachttijd van de halte.

Zonder echte centrale gelden ontkoppelen en koppelen als gedaan.

Wat ervoor nodig is

Spoor met een uitweg aan beide einden die weer bij elkaar komen. De locomotief moet aan een eind van de trein staan.

8.5 Je wilt dat de locomotief wordt gewisseld bij een halte

Waar de indeling “Dispatcher”; het paneel “Duties”, “Change this duty” (het potlood).

1. Open de dienst en kies bij de halte, in de lijst van de locomotief, “is changed, from” en een plaats. Depots staan bovenaan.

2. De agent ontkoppelt de oude locomotief en haalt een vrije locomotief uit die plaats: een die zelf kan rijden, stilstaat, bij geen trein hoort en geen eigen agent heeft. Hij rijdt hem naar een eind van de trein en koppelt.

3. Is er geen locomotief vrij, of geen weg, dan wacht hij.

De oude locomotief blijft staan waar hij is ontkoppeld, of gaat zelf naar het depot, met een eigen agent; die telt mee voor het aantal agenten van je editie. Dat kies je in het venster “Uncouple”, bij “A locomotive let go of”; zie Je wilt met de hand ontkoppelen.

8.6 Je wilt met de hand ontkoppelen

Waar de indeling “Dispatcher”; het paneel “Trains”, de kaart van de trein.

4
  1. 4 Ontkoppelen: omlopen, een andere locomotief, of wagens achterlaten

1. Kies op de kaart van de trein de knop om te ontkoppelen (4).

1234
  1. 1 De locomotief ontkoppelen, om om te lopen of te wisselen
  2. 2 Of ontkoppelen tussen twee voertuigen
  3. 3 Vanzelf weer koppelen als het deel stilstaat tegen zijn trein
  4. 4 Wat een losgelaten locomotief doet: blijven staan of naar het depot

2. Ontkoppel de locomotief (1), om om te lopen of hem te wisselen. Of klik tussen twee voertuigen (2), om wagens achter te laten.

3. De kant met de locomotief wordt een deel: een eigen trein, die je met een rijregelaar rijdt. De trein houdt zijn naam, zijn kleur en zijn dienst.

4. Weer koppelen: met “Couple to …” op de kaart als de twee tegen elkaar staan. Of vanzelf, als je (3) aanvinkt: zodra het deel weer stilstaat tegen zijn trein. Dat gebeurt pas als het deel weg is geweest, niet als het alleen even is losgetrokken.

Bij (4) kies je wat een losgelaten locomotief doet: blijven staan waar hij is ontkoppeld, of zelf naar het depot gaan.

Op de kaart van het deel staan ook “Put it back on …, where it was uncoupled” en “Let it go: a train of its own”.

Ontkoppelen kan niet zolang een agent een van de twee rijdt.

8.7 Je wilt veranderen hoe treinen zelf rijden

Waar de indeling “Dispatcher”; het paneel “Duties”, het tandwiel (“How trains run by themselves”).

12345678
  1. 1 Hoe lang voor vertrek een trein zijn rijweg vastlegt
  2. 2 Hoeveel langer een wachttijd mag uitvallen, zodat treinen uit de pas raken
  3. 3 Na hoe lang wachten op een rijweg je een melding krijgt
  4. 4 Hoe lang een gestopte trein nog een blok in mag rollen
  5. 5 Hoe lang een melding op het scherm blijft
  6. 6 Wat er gebeurt bij een wissel die verkeerd ligt voor een trein die met de hand wordt gereden
  7. 7 De wissels van deze baan mogen worden opengereden
  8. 8 Bewaren

De instellingen worden bij de baan bewaard. Tussen haakjes staat de standaard.

  • (1) Hoe lang voor vertrek een trein bij een halte zijn rijweg vastlegt (3 seconden).
  • (2) Hoeveel langer een wachttijd mag uitvallen, zodat treinen uit de pas raken (20 procent). De wachttijd die je opgeeft is de kortste; er komt tot een vijfde bij, naar toeval.
  • (3) Na hoe lang wachten op een rijweg je een melding krijgt (2 minuten).
  • (4) Hoe lang een trein die is gestopt nog een blok in mag rollen (3 seconden). In die tijd neemt een stilstaande trein ernaast dat blok niet.
  • (5) Hoe lang een melding op het scherm blijft (10 seconden).
  • (6) Wat er gebeurt bij een wissel die verkeerd ligt voor een trein die met de hand wordt gereden: “Say so” (de standaard), “Say so and brake the train” of “Do nothing”; zie de wisselwacht.
  • (7) De wissels van deze baan mogen worden opengereden, zoals bij sommige merken: dan gebeurt er niets (uit).

Bewaar met (8).