Anmelden
Diese Seite gibt es noch nicht in Ihrer Sprache. Sie lesen die {lang}-Fassung.

Naslag

Om iets op te zoeken: hoe TRAX Control in elkaar zit, welke centrales en modules het kent, bijzondere opstellingen, en de woorden.

Hoe TRAX Control in elkaar zit

123456
  1. 1 De server: de computer waarop TRAX Control draait
  2. 2 De centrale
  3. 3 De baan: locomotieven, wissels, seinen en melders
  4. 4 De schermen op de computer zelf, één venster per beeldscherm
  5. 5 Andere computers en tablets in hetzelfde netwerk
  6. 6 Telefoons als rijregelaar

Er is één TRAX Control: het programma op één computer (1). Die computer is de server. Hij bewaart de baan, praat met de centrale (2) en laat de agenten rijden. Alleen deze computer mag alles: ook een licentie activeren en een melding naar support sturen.

Wat mensen zien en aanraken zijn koppen. Een kop is een browservenster dat de server laat zien:

  • De schermen op de computer zelf (4): één venster per beeldscherm, elk met zijn eigen indeling.
  • Andere computers en tablets in hetzelfde netwerk (5), in hun browser.
  • Telefoons als rijregelaar (6), toegelaten door de rijdienstleider.

Alle koppen kijken naar dezelfde baan en dezelfde treinen. Zet iemand op zijn telefoon een wissel om, dan zie je dat op elk scherm.

De centrale stuurt de baan (3): de locomotieven, de wissels, de seinen, en terug de melders. TRAX Control bereikt de centrale via het netwerk.

Elke kop buiten de computer zelf wordt toegelaten door de rijdienstleider en krijgt rechten; zie Je wilt een telefoon of tablet toelaten en Je wilt bepalen wat een apparaat mag.

Centrales en modules

Centrales

TRAX Control bereikt een centrale via het netwerk. Via USB of een seriële poort kan het nog niet.

Staat je centrale aan en hangt hij aan hetzelfde netwerk, dan vindt TRAX Control hem zelf; zie Je wilt je centrale kiezen.

Modules

De modules die TRAX Control kent, met wat één module bedient. Het bouwplan van TRAX3D kiest de modules voor je baan uit dezelfde lijst.

Zubehördecoder

  • YaMoRC YD8008 8 Weichen mit Magnetantrieb
  • YaMoRC YD8116 8 Lichtpaare (Signale), 8 Weichen mit Motorantrieb

Rückmeldemodule

  • YaMoRC YD6016LN-RC 16 Melder

Entkupplungsgleise

  • Märklin 24997 1 Entkuppler, Märklin C
  • Märklin 2297 1 Entkuppler, Märklin K
  • Märklin 5112 1 Entkuppler, Märklin M
  • Fleischmann 6114 Fleischmann H0 Profi
  • Fleischmann 6111 1 Entkuppler, Fleischmann H0 Profi
  • Fleischmann 9112 1 Entkuppler, Fleischmann N piccolo
  • Fleischmann 9114 Fleischmann N piccolo
  • Fleischmann 22212 1 Entkuppler, Fleischmann N

Een clubbaan

Zo zet je een baan op waarop iedereen mag rijden.

1. Eén computer draait TRAX Control en is verbonden met de centrale: de server van de club.

2. De leden openen het netwerkadres op hun telefoon (een rijregelaar) of tablet (een scherm) en worden toegelaten door de rijdienstleider, in groepen zoals “Members” en “Guests”; zie Je wilt een telefoon of tablet toelaten.

3. Per groep zet je de regels: welke treinen (“Only these”), de dodemansknop aan voor gasten, het remmen, en of ze de baan mogen bedienen of alleen mogen rijden; zie Je wilt bepalen wat een apparaat mag.

4. Leden brengen hun eigen materieel mee: thuis “Download what is found…”, op de club “Upload rolling stock from a file”. Mee naar huis gaat het op dezelfde manier; zie Je wilt materieel meenemen naar een andere TRAX Control.

5. Diensten voor machinisten maken er een rijsessie van: elke machinist heeft haltes te halen en TRAX Control houdt het bij; zie Je wilt dat een machinist een dienst rijdt.

6. Agenten rijden het overige verkeer; zie Je wilt dat een trein zelf een dienst rijdt.

De editie Club heeft 100 agenten tegelijk en 10 rijregelaars met een dienst.

Tentoonstellingen en beurzen

Een baan in een vaste tentoonstelling of op een beurs rijdt de hele dag zonder dat er iemand aan de knoppen zit: volautomatisch, volgens een vast programma.

Daarvoor komt er een eigen editie, World. Die is er nog niet. Wat er nu al kan: treinen hun diensten zelf laten rijden, in rondjes of heen en weer; zie Automatisch rijden.

Woordenlijst

Woorden

  • Agent: een autonoom stuk software in TRAX Control dat de besturing van een trein voor zijn rekening neemt. Elke trein die rijdt en niet door een mens wordt bestuurd, heeft een eigen agent.
  • Baan (“layout”): je modelbaan zoals TRAX Control hem kent.
  • Baanbestand: het bestand dat TRAX3D van je ontwerp maakt; het eindigt op .tlm.
  • Baanspanning (“track power”): de stroom op de rails.
  • Blok (“block”): een stuk spoor waarin één trein tegelijk is.
  • Centrale (“command station”): het apparaat dat de opdrachten naar de rails stuurt.
  • Dienst (“duty”): een rit met zijn haltes en wachttijden.
  • Emplacement: een station, halte, rangeerterrein, schaduwstation, opstelspoor, industriespoor, depot of knooppunt.
  • Kop: een browservenster dat TRAX Control laat zien, op een computer, tablet of telefoon.
  • Las: spoor korter dan het kortste blok; het hoort bij geen blok.
  • Loopback: de denkbeeldige centrale; in de balk bovenaan staat dan “Virtual”.
  • Machinist (“driver”): een mens met een rijregelaar.
  • Melder: meldt of een blok bezet is.
  • Paneel (“panel”): een onderdeel van het scherm met één taak.
  • Rijdienstleider: wie op de computer van TRAX Control apparaten toelaat en diensten uitdeelt.
  • Rijregelaar (“throttle”): waarmee je een trein met de hand rijdt.
  • Rijweg: het pad van blok naar blok dat voor een trein is vastgelegd.
  • Scherm (“screen”): een indeling van panelen in één browservenster.
  • Trein (“train”): een of meer voertuigen die samen rijden.
  • Wisselwacht: waarschuwt als een trein die met de hand wordt gereden een wissel oprijdt die verkeerd ligt.

De panelen

  • “Throttle”: de rijregelaar op het scherm.
  • “Layout”: het schema van de baan.
  • “Trains”: de treinen.
  • “Duties”: de diensten.
  • “Command station”: de centrale en het logboek.
  • “Rolling stock”: de voertuigen.
  • “Throttle list”: de rijregelaars die zijn toegelaten.
  • “Connect your phone”: een telefoon verbinden.
  • “Wiring”: adressen voor modules, wissels, blokken en seinen.
  • “Layouts”: je banen.
  • “Support”: een melding sturen, en je tickets.
  • “Manual”: de handleiding.
  • “Groups and Rules”: de groepen, en de regels per groep en voor de hele baan.

Toetsen en gebaren

Overal

  • Dubbelklik op de kop van een paneel: het paneel vult het venster. Esc: terug.
  • Op een aanraakscherm: houd een knop een halve seconde vast om te zien wat hij doet.

Het paneel “Layout”

  • Slepen verschuift het schema; het muiswiel zoomt rond de aanwijzer; knijpen met twee vingers zoomt.
  • Klik op een wissel: omzetten. Klik op een blok: een rijweg beginnen. Ctrl+klik: het volgende blok erbij. Shift+klik, of op een aanraakscherm het blok vasthouden: de wegen ernaartoe.
  • Klik op de naam van een plaats: zijn terrein tonen. Dubbelklik: ernaartoe.
  • Sleep de kaart van een trein op een blok, of kies “Put it on the layout” en tik het blok aan.

De editor (“Design”)

  • Spatiebalk of R: de volgende stand. Shift+R: terug.
  • R en Shift+R: wat je hebt gekozen een kwartslag draaien. E en Shift+E: een achtste.
  • Ctrl+A: alles kiezen. Ctrl+Z: ongedaan maken. Ctrl+Y of Ctrl+Shift+Z: opnieuw.
  • Delete of Backspace: weghalen wat is gekozen. Esc: terug naar “Select and move”.
  • Slepen met de rechtermuisknop: wissen.
  • Met een gereedschap: Ctrl+klik één stuk, Shift+klik een heel stuk spoor, Shift met een kader voegt toe.

De snelheidshendel

  • Pijl omhoog of rechts: sneller. Pijl omlaag of links: langzamer.
  • Page Up en Page Down: 13 stappen.
  • Home of Esc: snelheid 0.
  • Met de dodemansknop aan kun je met de toetsen alleen langzamer, niet sneller: rijden doe je door de hendel vast te houden.

Een trein samenstellen

Delete of Backspace haalt de gekozen voertuigen eruit.