Accedi
Questa pagina non esiste ancora nella tua lingua. Stai leggendo la versione {lang}.
10

Als er iets misgaat

Gaat er iets niet zoals je verwacht, kijk dan eerst bij de veelgemaakte fouten: die verklaren de meeste verrassingen. Daarna volgt een lijst van storingen per onderwerp, met wat je ziet, wat de oorzaak kan zijn en wat je het eerst controleert.

Kom je er niet uit, stuur dan een melding vanuit TRAX Control zelf: het logboek gaat mee, en daaraan is te zien wat er gebeurde.

10.1 Je wilt zien wat er gebeurde

TRAX Control houdt op drie plaatsen bij wat er gebeurt.

De meldingen

De bel rechtsboven (“Alerts”) toont de meldingen, met het aantal dat je nog niet hebt gezien: een trein in moeilijkheden, de centrale die wegviel en terugkwam, iets wat je met de hand moet doen.

Het log van een rijweg

Elke rijweg die is ingesteld houdt een log bij, linksboven in het paneel “Layout”. Een rijweg die wordt geweigerd noemt wat er in de weg staat.

Het logboek

In het paneel “Command station” staan de knoppen van het logboek.

12345
  1. 1 In het logboek aantekenen dat er iets misging
  2. 2 Het logboek tonen
  3. 3 Een probleem melden bij support
  4. 4 De melding als bestand bewaren
  5. 5 De versie die draait
  • De vlag (1) zet op dat moment een gemarkeerde regel in het logboek, met een notitie. Dezelfde vlag staat bovenaan in de rijregelaar op je telefoon.
  • “Show the log book” (2) toont de laatste regels.
  • “Report a problem to support…” (3) opent het formulier; zie Je wilt een melding naar support sturen.
  • “Save a report as a file…” (4) geeft hetzelfde bestand, om te bewaren of te mailen.

Onder de knoppen (5) staat welke versie van TRAX Control er draait.

10.2 Veelgemaakte fouten

  • Een voertuig zonder lengte: de trein lijkt overal te passen en stopt te laat of niet.
  • Een wissel die omgekeerd is aangesloten, of een melder die aan het verkeerde blok hangt.
  • Een trein die verkeerd om op de baan is gezet, of waarvan de plaats niet is bevestigd (“not confirmed”).
  • Twee locomotieven met hetzelfde adres.
  • Een wissel zonder adres: TRAX Control kan hem niet zetten. Rijwegen melden hem als ‘met de hand zetten’, ook voor treinen die zelf rijden.

10.3 Je zoekt een storing

Waar TRAX Control bijhoudt wat er gebeurt staat bij Je wilt zien wat er gebeurde: de bel, het log van een rijweg en het logboek.

Stroom en rijden

Verlichting flikkert of geluid valt kort weg. Verlichting knippert of geluid valt even weg wanneer de trein rijdt.

  • Kortstondig slecht stroomcontact.
  • Vuile rails of wielen.
  • Oneffenheden in de rails.
  • Slechte stroomafname.
  • Een decoder zonder voldoende buffervermogen.

Controleer eerst: Maak rails en wielen schoon en controleer de stroomafname.

Oplossing: Bij digitale locomotieven kan een geschikte buffercondensator of powerpack korte onderbrekingen opvangen.

Een trein stopt onverwacht. Een trein stopt terwijl er geen zichtbare oorzaak is.

  • Slechte stroomafname.
  • Een bezetmelder wordt verkeerd geactiveerd.
  • De automatische besturing geeft een stopopdracht.
  • Een blok is door het systeem als bezet aangemerkt.
  • De verbinding met de centrale is even verbroken.

Controleer eerst: Kijk of de trein steeds op exact dezelfde plaats stopt. Controleer vervolgens de bezetmeldingen en eventuele automatische rijopdrachten.

Locomotieven en decoders

Een locomotief reageert niet op zijn adres. Een digitale locomotief reageert niet op het adres dat in de centrale wordt gekozen.

  • Het adres in de decoder is gewijzigd.
  • De decoder is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
  • In de centrale wordt het verkeerde adres gebruikt.
  • Het adres is tijdens het programmeren overschreven.

Controleer eerst: Zet de locomotief op het programmeerspoor en lees het decoderadres uit. Programmeer zo nodig het gewenste adres opnieuw.

Een locomotief rijdt de verkeerde kant op. De locomotief rijdt vooruit wanneer achteruit wordt aangestuurd, of andersom.

  • Een verkeerde rijrichtinginstelling in de decoder.
  • Een verkeerd aangesloten motor.
  • Een afwijkende instelling van de locomotief in de centrale of de besturingssoftware.

Controleer eerst: Controleer de rijrichtinginstellingen van de locomotief en de decoder. Controleer bij een zelf ingebouwde decoder ook de motoraansluiting.

De locomotief rijdt, maar licht of geluid werkt niet. De locomotief rijdt normaal, maar één of meer digitale functies werken niet.

  • Een verkeerd decoderadres.
  • De functie is verkeerd toegewezen.
  • Een decoderinstelling is gewijzigd.
  • Een uitgang of aansluiting is defect.

Controleer eerst: Controleer of de juiste locomotief is gekozen en of de functie aan het juiste functienummer is gekoppeld. Controleer bij zelf ingebouwde decoders ook de bedrading.

Centrale of decoder reageert niet. Een decoder of de digitale centrale reageert niet op opdrachten.

  • Geen of onvoldoende voeding.
  • Een verkeerde aansluiting.
  • Een verkeerd protocol of adres.
  • De decoder staat in een andere modus.
  • De communicatieverbinding is verbroken.

Controleer eerst: Controleer voeding en aansluitingen. Controleer daarna adres, protocol en communicatieverbinding.

Wissels

Een trein neemt een wissel in de verkeerde stand. Een trein rijdt over een wissel terwijl die volgens de besturing anders zou moeten liggen.

  • De wissel heeft de opdracht niet ontvangen.
  • De wissel ligt fysiek verkeerd.
  • De wisseldecoder is verkeerd ingesteld.
  • De besturing krijgt de werkelijke wisselstand niet teruggemeld.
  • Een fout in de rijweg.

Controleer eerst: Controleer de fysieke stand van de wissel, de decoder en de bijbehorende rijweg. Bij automatisch rijden is terugmelding van de werkelijke wisselstand extra belangrijk.

Bij een trein die met de hand wordt gereden kijkt TRAX Control vooruit en waarschuwt het als hij een wissel oprijdt die de andere kant op staat; zie de wisselwacht bij de wisselwacht.

Melders en seinen

Een trein rijdt door een rood sein. Een trein rijdt een sein voorbij dat rood toont.

In TRAX Control zet het programma de seinen, aan de hand van de rijwegen die zijn vastgelegd. Een trein die zelf rijdt volgt zijn vergrendelde rijweg, niet het sein. Toont een sein rood terwijl de trein terecht doorrijdt, dan klopt er iets niet aan het sein zelf.

  • Het adres van het sein klopt niet.
  • Het sein is verkeerd aangesloten.
  • De kleuren zijn verwisseld.

Controleer eerst: Laat het sein op het tabblad “Signals” groen en rood tonen en kijk of het echte sein hetzelfde doet.

Rijden met de computer

Het besturingsprogramma verliest de verbinding met de baan. Het programma kan de centrale of andere baanhardware niet meer bereiken.

  • De netwerkverbinding is verbroken.
  • De centrale is uitgevallen.
  • Een verkeerde verbinding of instelling.
  • Een draadloze verbinding is even instabiel.

Controleer eerst: Controleer of de centrale aan staat en bereikbaar is. Controleer daarna de netwerkverbinding: TRAX Control bereikt een centrale via het netwerk.

Het programma reageert vertraagd op opdrachten. Een opdracht wordt merkbaar later uitgevoerd.

  • Vertraging in de communicatie.
  • Een overbelaste centrale of verbinding.
  • Veel opdrachten tegelijk.
  • Instellingen van de centrale of de decoder.
  • Een instabiele draadloze verbinding.

Controleer eerst: Kijk of de vertraging bij alle opdrachten voorkomt of alleen bij bepaalde treinen, wissels of functies. Controleer daarna de verbinding en de belasting van het systeem.

Een trein wordt niet gevonden of herkend. Een trein staat op de baan, maar het programma kan hem niet goed identificeren of besturen.

  • De trein is niet op de baan gezet.
  • De locomotief heeft geen decoderadres.
  • Twee locomotieven hebben hetzelfde adres: TRAX Control laat ze dan niet zelf rijden.

Controleer eerst: Controleer of de trein aan het systeem is toegevoegd en of de decoder, de melder en de treinconfiguratie goed zijn ingesteld.

Een trein wordt in het verkeerde blok getoond. Het programma geeft aan dat een trein in een ander blok staat dan waar hij werkelijk staat.

  • Een verkeerde bezetmelder.
  • Een verkeerde blokconfiguratie.
  • Een eerdere melding is niet goed verwerkt.

Controleer eerst: Controleer de fysieke bezetmeldingen en vergelijk ze met de blokken in het programma. Haal de trein daarna van de baan en zet hem er opnieuw op (“Put it on the layout”, en tik het blok aan), of keer hem om. Een trein die vaag wordt getoond is nog niet door een melder bevestigd.

Een rijweg wordt niet vrijgegeven. Een trein kan volgens jou vertrekken, maar het programma geeft geen toestemming om de rijweg te gebruiken.

  • Een blok wordt nog als bezet gezien.
  • Een wissel ligt niet in de vereiste stand.
  • Een andere trein gebruikt de rijweg.
  • Een beveiligingsvoorwaarde is niet vervuld.

Controleer eerst: Zoek uit welke voorwaarde de rijweg blokkeert en controleer daarna de status van de trein, het blok en de wissel.

Een trein rijdt niet de verwachte route. De trein rijdt wel, maar kiest een andere route dan verwacht.

  • Er zijn meerdere geldige rijwegen.
  • Een andere rijweg heeft voorrang.
  • Een wissel ligt anders dan verwacht.
  • De route is niet goed ingesteld.

Controleer eerst: Controleer de beschikbare rijwegen en de instelling van de betreffende trein en wissels.

Na een wijziging aan de baan rijdt een trein niet meer. Een trein of rijweg werkte vóór een wijziging aan de baan, en daarna niet meer.

  • Een nieuwe of vervangen wissel.
  • Een gewijzigde bezetmelding.
  • Een veranderde blokindeling.
  • Een nieuwe verbinding of isolatie.
  • Een gewijzigde instelling in het programma.

Controleer eerst: Ga na welke wijziging, aan de baan of in de software, direct voor het probleem is gedaan. Dat is vaak het snelste aanknopingspunt.

10.4 Je wilt een melding naar support sturen

Waar de koptelefoon rechtsboven (“Support”), op de computer waarop TRAX Control draait.

Gaat er iets mis, stuur dan een melding vanuit TRAX Control zelf. Het logboek gaat dan mee, en daaraan is te zien wat er gebeurde.

1. Kies de koptelefoon rechtsboven, “Support”. Hij staat alleen op de computer waarop TRAX Control draait; een telefoon of tablet toont hem niet. Er is ook een paneel “Support” met dezelfde inhoud.

2. Vul bij “Report a problem” in wat er misging, in een paar woorden (1). Schrijf daaronder (2) wat er gebeurde, wat je verwachtte, wat je vlak daarvoor deed en ongeveer wanneer. Zonder licentie vul je ook je e-mailadres in, voor het antwoord.

3. Kies “Send it to support” (3).

12345
  1. 1 In een paar woorden: wat ging er mis
  2. 2 Wat er gebeurde, wat je verwachtte, wat je daarvoor deed en wanneer
  3. 3 “Send it to support”
  4. 4 “Ask the website now”
  5. 5 “Your tickets”: je tickets en hun stand

Wat er meegaat

Eén bestand van hoogstens 8 MB. Erin staan: gegevens over de installatie (de versie, de editie, de centrale), je baan, wat de centrale meldde, de rijregelaars zonder hun sleutels, en het logboek van de laatste zeven dagen: alles wat naar en van de centrale, de telefoons en de schermen ging. Er gaan geen afbeeldingen, wachtwoorden of sleutels van rijregelaars mee.

Na het versturen

TRAX Control meldt het nummer van je ticket. Lukt het versturen niet, dan wacht de melding en gaat hij vanzelf zodra de website bereikbaar is; TRAX Control probeert het elke vijf minuten. Je kunt de melding ook als bestand bewaren en zelf uploaden op de supportpagina van de website, vanaf elk apparaat.

Onder “Your tickets” (5) staat elk ticket met zijn stand. Het antwoord lees je op de pagina van het ticket op de website; daar antwoord je ook. TRAX Control vraagt de website elke drie uur naar de stand, of meteen met “Ask the website now” (4).

Wacht support op een antwoord van jou, dan staat er bij de koptelefoon een telling en de oranje tekst “Support asks you something”. Bij een open ticket kun je het logboek opnieuw sturen, met een notitie.

Het logboek

De knoppen van het logboek staan in het paneel “Command station”; zie Je wilt zien wat er gebeurde. Daar kun je de melding ook als bestand bewaren, met “Save a report as a file…”.