Sign in
This page does not exist in your language yet. You are reading the {lang} version.
1

Kennismaken

Dit hoofdstuk zegt wat TRAX Control is, welke edities er zijn en welke woorden je overal tegenkomt. Wil je meteen rijden, ga dan naar Je wilt meteen rijden: één locomotief op het spoor en een rijregelaar, zonder dat er een baan is getekend.

De namen van knoppen en panelen staan in deze handleiding in het Engels, zoals TRAX Control ze toont.

1.1 Wat TRAX Control is

TRAX Control bestuurt je modelbaan vanaf een computer, een tablet of een telefoon. Het rijdt de treinen en zet de wissels via je centrale, weet waar elke trein is en laat treinen hun diensten zelf rijden, of met jou als machinist.

Het werkt samen met TRAX3D. De baan die je hier hebt ontworpen lees je er in één keer in: TRAX Control begrijpt waar je stations liggen, welke blokken er zijn en hoe je baan in elkaar zit, en tekent er zelf het schema van. Je hoeft niets na te tekenen.

Rijden doe je met diensten. Een dienst is een rit: waar een trein vertrekt, waar hij stopt en hoe lang hij wacht. Jij rijdt hem zelf, of TRAX Control rijdt hem voor je terwijl jij een andere trein bestuurt.

Samen met TRAX3D

In TRAX3D ontwerp je de baan; TRAX Control rijdt erop. Wat de twee verbindt is het baanbestand: TRAX3D schrijft je ontwerp op als een bestand dat eindigt op .tlm, en TRAX Control leest het in. Hoe dat gaat staat bij Je wilt je baan uit TRAX3D inlezen.

Heb je een bouwplan van je baan, dan zit het baanbestand erbij, met de blokken en de seinen van dat plan: blok B7 in je boek is blok B7 op het scherm.

Je kunt je ontwerp ook laten rijden voordat er één rail ligt; zie Je plan testen voordat je bouwt. Op die manier kun je al tijdens het ontwerpen van je baan in TRAX3D testen of de dienstregelingen en rangeermogelijkheden die je voor ogen hebt gaan werken. TRAX3D en TRAX Control werken nauw samen.

1.2 De edities

TRAX Control is er in vier edities: Free, Run, Pro en Club. Een vijfde, World, komt later. Ze doen hetzelfde en werken hetzelfde; ze verschillen in hoeveel treinen tegelijk zelf hun dienst kunnen rijden, en op hoeveel rijregelaars tegelijk een machinist een dienst kan volgen.

  • Free: 3 treinen rijden tegelijk zelf; 1 rijregelaar met een dienst.
  • Run: 10 treinen tegelijk; 2 rijregelaars met een dienst.
  • Pro: 25 treinen tegelijk; 3 rijregelaars met een dienst.
  • Club: 100 treinen tegelijk; 10 rijregelaars met een dienst.

Inlezen uit TRAX3D, rijden, automatisch rijden en je telefoon als rijregelaar zitten in elke editie.

Vergelijk de edities

1.3 Begrippen

De woorden die je in TRAX Control en in deze handleiding steeds tegenkomt. Tussen aanhalingstekens staat het woord zoals TRAX Control het toont.

  • Baan (“layout”): je modelbaan zoals TRAX Control hem kent: het schema met de sporen, de wissels, de blokken en de emplacementen. Je kunt meer dan één baan bewaren en werkt aan één tegelijk.
  • Blok (“block”): een stuk spoor waarin één trein tegelijk is. Een melder zegt of het bezet is. Blokken heten B1, B2, enzovoort.
  • Emplacement: een plaats op de baan met een eigen taak: een station, een halte, een rangeerterrein, een schaduwstation, een depot of een opstelspoor. TRAX3D geeft de emplacementen door in het baanbestand.
  • Trein (“train”): wat er rijdt. Je stelt een trein samen uit voertuigen: locomotieven, rijtuigen en wagens. Uit hun lengtes volgt in welke blokken de trein past.
  • Dienst (“duty”): een rit: waar de trein stopt, waarlangs hij rijdt en hoe lang hij wacht.
  • Agent: een autonoom stuk software in TRAX Control dat de besturing van een trein voor zijn rekening neemt. Elke trein die rijdt en niet door een mens wordt bestuurd, heeft een eigen agent. Agenten handelen de dienst af die hun trein toegewezen heeft gekregen en zorgen voor een veilige rit: een agent legt de rijwegen vast, rijdt, volgt de trein aan de hand van de melders en geeft de trein daarna terug. Hoeveel agenten tegelijk rijden hangt af van je editie.
  • Machinist (“driver”): een mens met een rijregelaar. Ook een machinist kan een dienst rijden: hij rijdt zelf, en TRAX Control houdt de haltes bij.
  • Rijweg: het pad van blok naar blok dat voor een trein is vastgelegd. De wissels erin liggen goed en geen andere trein krijgt hetzelfde spoor.
  • Rijregelaar (“throttle”): waarmee je een trein met de hand rijdt: het paneel “Throttle” op een scherm, of je telefoon.
  • Centrale (“command station”): het apparaat dat de opdrachten naar de rails stuurt. TRAX Control praat met de centrale; de centrale met je locomotieven, wissels en melders.
  • Paneel (“panel”): een onderdeel van het scherm met één taak, zoals “Layout”, “Trains” of “Duties”.
  • Scherm (“screen”): een indeling van panelen in één browservenster. Elk scherm houdt zijn eigen indeling.

Een langere lijst, ook met de Engelse namen van de panelen, staat in de woordenlijst.

1.4 Je wilt meteen rijden

Het eerste rondje, zo snel als het kan: een locomotief op het spoor en een rijregelaar. Je hoeft er geen baan voor te tekenen of in te lezen.

1. Installeer TRAX Control als je dat nog niet hebt gedaan, start het en open het in je browser; zie Je wilt TRAX Control starten.

2. Open het paneel “Command station”, kies “Choose another command station…” en kies je centrale. Meer daarover bij Je wilt je centrale kiezen.

3. Open het paneel “Rolling stock” en kies “A new vehicle”. Kies als soort een locomotief, geef hem een naam en vul zijn decoderadres in.

4. Open het paneel “Trains” en kies “A new train”. Zet die locomotief erin.

5. Zet de baanspanning aan met de knop in de balk bovenaan.

6. Open het paneel “Throttle”, of verbind je telefoon via “Connect your phone”. Kies de trein, kies de rijrichting en schuif de hendel omhoog.

De trein op de baan zetten hoeft niet om met de hand te rijden: dat is pas nodig als TRAX Control moet weten waar hij staat, voor rijwegen en voor automatisch rijden.

En daarna

1.5 Je wilt je plan testen voordat je bouwt

Een baan die je in TRAX3D hebt ontworpen kun je in TRAX Control laten rijden zonder dat er iets van bestaat: geen rails, geen centrale, geen decoders. Zo zie je of je plan doet wat je ervan verwacht voordat je gaat zagen. Dat kan al tijdens het ontwerpen: verander iets in TRAX3D, lees de baan opnieuw in en rijd dezelfde diensten nog eens. Zo test je je dienstregeling en je rangeermogelijkheden zolang veranderen nog niets kost.

1. Installeer en start TRAX Control, als je dat nog niet hebt gedaan; zie Je wilt TRAX Control starten.

2. Lees het baanbestand in en kies “Use as the layout”; zie Je wilt je baan uit TRAX3D inlezen. Komt het bestand uit een bouwplan, dan zijn de blokken die van het plan.

3. Kies als centrale “Loopback”. In de balk bovenaan staat dan “Virtual”.

4. Maak de treinen en zet ze op hun blok. De lengte van een trein doet ertoe: een agent stopt alleen waar de hele trein past.

5. Maak diensten, of bewaar de diensten die TRAX Control na het inlezen voorstelt onder “What it can run”.

6. Start de agenten met de robot op de kaart van een trein.

TRAX Control speelt zelf elke melder na. De treinen bewegen dus over het schema, de rijwegen worden vastgelegd en de seinen gaan mee.

Wat je ermee ziet

  • Of je stations en inhaalsporen de treinen bergen die je wilt rijden.
  • Of treinen elkaar in de weg zitten.
  • Of een locomotief kan omlopen waar je plan dat verwacht.

Het advies onder “What it can run” zegt hetzelfde vooraf in getallen: hoeveel treinen van welke lengte de baan aankan.

Wat het niet laat zien

  • Echte remwegen: een trein stopt op het scherm waar hij moet stoppen.
  • Echte snelheden: ze zijn geschat. Volle snelheid telt als 400 mm per seconde.
  • Storingen van de echte baan: slecht contact, een melder die niets meldt, een wissel die blijft hangen.