Inloggen
7

Met de hand rijden

Je rijdt een trein met een rijregelaar: het paneel “Throttle” op een scherm, of je telefoon. Wissels en rijwegen zet je op het schema. TRAX Control kijkt met je mee: het waarschuwt voor een wissel die verkeerd ligt, en met één knop staat alles stil.

De indeling voor dit hoofdstuk

Kies in de schermbalk bij “Standard arrangement…” de indeling “Driver”.

1AB
  1. 1 “Standard arrangement…”: kies “Driver”
  2. A Paneel “Throttle”: de rijregelaar
  3. B Paneel “Layout”: het schema, voor wissels en rijwegen

7.1 Je wilt op het scherm rijden

Waar de indeling “Driver”; het paneel “Throttle”.

1. Tik in het paneel “Throttle”, onder “Pick a train to drive:”, op de trein.

1234567
  1. 1 De trein die je rijdt; tik op de naam of de foto voor een andere trein
  2. 2 De samenstelling; tik om de trein samen te stellen
  3. 3 De rijrichting
  4. 4 De rem
  5. 5 De noodstop, voor deze trein alleen
  6. 6 De snelheidshendel
  7. 7 De functies; de rest schuift

2. Bovenaan staat de kaart van de trein (1): foto, naam, decoderadres. Tik op de naam of de foto voor een andere trein, en op de samenstelling (2) om de trein samen te stellen.

3. Kies de rijrichting (3) en schuif de snelheidshendel (6) omhoog.

4. Remmen doe je met (4). De grote rode knop (5) is de noodstop, voor deze trein alleen.

5. Onderaan staan de functies (7): twee rijen van vier in beeld, de rest schuift.

Rijdt de trein zelf, neem hem dan eerst over; zie Je wilt een trein overnemen die zelf rijdt.

Met het toetsenbord, als de hendel is gekozen: pijl omhoog of rechts sneller, pijl omlaag of links langzamer, Page Up en Page Down 13 stappen, Home of Esc snelheid 0. Met de dodemansknop aan kun je met de toetsen alleen langzamer, niet sneller: rijden doe je door de hendel vast te houden.

7.2 Je wilt met je telefoon rijden

Waar het paneel “Connect your phone” (voeg het toe met “+ Add a panel…”) en het paneel “Throttle list”; daarna je telefoon.

1. Open het paneel “Connect your phone” en scan de code (1), of open het adres (2) op je telefoon.

2. Geef de telefoon een naam (“Name this throttle”): die zien de anderen als je een trein rijdt.

3. Laat de telefoon toe in de “Throttle list” (3) met “Let it in” (4).

1234
  1. 1 De code die je met je telefoon scant
  2. 2 “The address to open”: het adres, als scannen niet lukt
  3. 3 De telefoon die wacht om toegelaten te worden
  4. 4 “Let it in”: de telefoon toelaten

4. Tik op de telefoon op de trein die je wilt rijden: daarmee neem je hem over.

123456789101112131415
  1. 1 Aantekenen in het logboek dat er iets misging
  2. 2 Volledig scherm
  3. 3 “Virtual”: geen echte centrale
  4. 4 “STOP ALL”: alle treinen tegelijk
  5. 5 Een andere trein kiezen
  6. 6 De trein samenstellen
  7. 7 De rijrichting
  8. 8 Remmen
  9. 9 Noodstop voor deze trein
  10. 10 De snelheidshendel
  11. 11 De functies
  12. 12 Rijden
  13. 13 “Trains”: een trein kiezen
  14. 14 “Duty”: de dienst en de wissels
  15. 15 De rij-instellingen

Bovenaan staat de trein. Een tik op zijn foto of naam (5) kiest een andere trein, een tik op zijn samenstelling (6) stelt hem samen. Daaronder staan de rijrichting (7), de rem (8), de noodstop voor deze trein (9) en de snelheidshendel (10). Van de functies (11) zijn er hoogstens acht tegelijk te zien; de rest schuift.

In de balk onderaan: rijden (12), een trein kiezen (13), de dienst en de wissels (14) en de rij-instellingen (15). In de balk bovenaan: de vlag (1) waarmee je in het logboek aantekent dat er iets misging, volledig scherm (2) en “STOP ALL” (4), dat alle treinen tegelijk stopt. Zolang er geen echte centrale is gekozen staat er “Virtual” (3).

7.3 Je wilt een wissel omzetten of een rijweg instellen

Waar de indeling “Driver”; het paneel “Layout”. Of de pagina “Duty” op je telefoon.

Je wilt een wissel omzetten

Klik in het paneel “Layout” op de wissel. Een wissel die in een vastgelegde rijweg ligt is vergrendeld en kun je niet omzetten.

Op je telefoon staat op de pagina “Duty” elke wissel, per plaats. Een tik zet de wissel in de volgende stand.

34
  1. 3 Een wissel: een tik zet hem in de volgende stand
  2. 4 De pagina “Duty”

Je wilt een rijweg instellen

1. Klik op het blok waar de rijweg begint (1). Onderaan staat dan dat blok, en wat je daarna kunt doen.

2. Klik met Shift op het blok waar de trein moet eindigen (2); op een tablet houd je dat blok een halve seconde vast. Er opent een venster met de wegen daarheen (3), bijvoorbeeld “5 ways to go”. Kies er een met “Show it” (4).

1234
  1. 1 Klik: het blok waar de rijweg begint
  2. 2 Shift+klik: het blok waar de trein moet eindigen
  3. 3 De wegen daarheen
  4. 4 “Show it”: deze weg kiezen

Wil je zelf bepalen waarlangs de trein gaat, klik dan met Ctrl op elk volgend blok: de weg erdoor wordt meteen getoond, zonder venster.

3. De gekozen weg staat op het schema (1). Een balk (2) toont de blokken, de lengte en hoeveel wissels erin liggen. Heeft een wissel geen adres, dan staat erbij hoeveel je er met de hand moet zetten.

4. Kies “Set the route” (3). TRAX Control controleert of geen spoor van de rijweg door een andere rijweg wordt vastgehouden en of geen blok behalve het eerste bezet is; anders zegt het waarom het niet kan.

12345
  1. 1 De gekozen weg, op het schema
  2. 2 De balk: de blokken, de lengte en de wissels
  3. 3 “Set the route”: de rijweg instellen
  4. 4 “Keep it as a duty …”: als dienst bewaren
  5. 5 “Let a train run this route by itself”: een trein laat je deze weg zelf rijden

Is de rijweg ingesteld, dan is zijn spoor felgroen (1). Linksboven staat elke rijweg met zijn toestand (2), met “What happened: every step of this route” (3) en “Release this route” (4).

1234
  1. 1 De rijweg wordt vastgehouden: felgroen
  2. 2 De ingestelde rijwegen, met hun toestand
  3. 3 “What happened”: elke stap van deze rijweg
  4. 4 “Release this route”: de rijweg vrijgeven

Wat een vastgelegde rijweg doet

123
  1. 1 De rijweg is vastgelegd: het spoor is gereserveerd voor deze trein
  2. 2 De trein rijdt verder: achter hem komt de rijweg blok voor blok vrij
  3. 3 Een wissel in de rijweg: gezet en vergrendeld

De rijweg wordt vastgehouden (1): het spoor wordt felgroen, de wissels worden gezet en vergrendeld (3). De rijweg is gezet zodra de centrale van elke wissel de goede stand meldt. Meldt een wissel de andere stand, bijvoorbeeld omdat iemand hem met een handregelaar omzette, dan is de rijweg verstoord.

Een rijweg waarin de trein van richting wisselt zet je in delen: “Set part 1 of 2”, en het tweede deel als de trein er staat.

Hoe een rijweg weer vrijkomt

  • Achter de trein, blok voor blok, zoals de melders het melden (2); klaar als de trein in het laatste blok staat.
  • Met de hand: in de lijst linksboven, “Release this route”.
  • Als een rijweg die in zijn laatste blok begint het overneemt.
  • Als de baan verandert.

Een rijweg overleeft een herstart niet.

In de lijst linksboven heeft elke rijweg “What happened: every step of this route”: gevraagd, gecontroleerd, vastgehouden, verstuurd, gemeld, vrijgegeven.

Van een rijweg een dienst maken

In de balk van stap 3 staat “Keep it as a duty: to its last block, this way”, waarmee je de rijweg als dienst bewaart, en “Let a train run this route by itself”.

Seinen

Een sein zet je niet zelf. TRAX Control bedient het: het is alleen groen zolang er een rijweg door zijn blok is vastgelegd en het volgende blok vrij is. Rijden met de hand zet nooit een sein op groen; zie Je wilt seinen plaatsen.

7.4 Je wilt alles stilzetten

Waar de balk bovenaan, op elk scherm en elke telefoon.

456
  1. 4 De stand van de baanspanning
  2. 5 Baanspanning aan of uit
  3. 6 “STOP ALL”: alle treinen tegelijk stoppen
  • “STOP ALL” (6) in de balk bovenaan stopt alle treinen tegelijk. De knop staat op elk scherm en op elke telefoon.
  • Met (5) zet je de baanspanning uit en weer aan. De stand staat ernaast (4): “Track power on”, “Track power OFF” of “EMERGENCY STOP”.
  • Op de telefoon heeft elke trein een eigen noodstop, naast de rem; zie Je wilt met je telefoon rijden.

7.5 Je wilt dat de trein stopt als je loslaat

Waar het paneel “Throttle”, “Driving settings” (het tandwiel bij de functies); op de telefoon in de balk onderaan.

123
  1. 1 “Dead man’s handle”: de trein rijdt alleen zolang je de hendel vasthoudt
  2. 2 “Braking”: hoe lang remmen duurt vanaf volle snelheid
  3. 3 Klaar

1. Vink “Dead man’s handle” (1) aan. De trein rijdt dan alleen zolang je de hendel vasthoudt. Laat je los, dan remt hij; valt de verbinding weg, dan ook.

2. Kies bij “Braking” (2) hoe lang remmen duurt vanaf volle snelheid. De standaard is “Normal (3 s from full speed)”.

3. Sluit af met (3).

TRAX Control remt als het anderhalve seconde niets van de hendel heeft gehoord. Het remmen gebeurt op de computer waarop TRAX Control draait, dus het gaat door, ook als je telefoon weg is.

De dodemansknop staat standaard uit. De rijdienstleider kan hem en het remmen vastzetten voor de hele baan, een groep of één apparaat; zie Je wilt bepalen wat een apparaat mag.

7.6 Je wilt gewaarschuwd worden voor een wissel die verkeerd ligt

Waar het paneel “Duties”, het tandwiel (“How trains run by themselves”).

TRAX Control kijkt vooruit bij elke trein die met de hand wordt gereden. Rijdt zo'n trein vanaf een tak een wissel op die de andere kant op staat, dan meldt TRAX Control dat.

Wat er dan gebeurt kies je met het tandwiel in het paneel “Duties” (“How trains run by themselves”), onder “A turnout against a train driven by hand”: “Say so” (de standaard), “Say so and brake the train” of “Do nothing”. Kunnen de wissels van je baan worden opengereden, zoals bij sommige merken, vink dan aan dat er niets hoeft te gebeuren.

Treinen die TRAX Control zelf rijdt hebben geen wacht nodig: hun rijwegen zijn vergrendeld.